IK BEN ER NOG, JA?

Ik heb al even niets meer gepost. Gevolg van mijn bezoek aan het Filosofisch Café op 3 mei en mijn gesprekje met Boris van der Ham in de pauze van zijn optreden aldaar. Boris is ex-politicus voor D66 in de Kamer, en nu o.m. voorzitter van het Humanistisch Verbond.
Ik vertelde hem van mijn project van het werken aan een nieuw Groot Verhaal voor onze verhaalloos geworden samenleven, en hij was meteen geïnteresseerd. Hij gaf me zijn mailadres en we zouden nader contact hebben.

Ik nam dat de volgende dag al op, vergezeld van een uitgebreider betoog, en het voorstel om hem een van mijn teksten toe te sturen. Vond hij een goed idee en mailde me zijn adres. De ontmoetingsafspraak zou verder gaan via de secretaresse van het Humanistisch Verbond, ene Linda, die zijn drukke agenda beheert.

Ik printte mijn tekst “Ons Scheppingsverhaal” voor hem uit. De printer vertoonde kuren: halve zinnen vielen gewoon weg en de plaatjes werden slecht afgedrukt. Maar ik wilde niet wachten tot mijn computerhelper tijd voor me had. Ik bond de tekst tot boek en vulde de ontbrekende zinnen met de hand aan. Ingepakt, opgestuurd, zo! kan hij in zijn tas doen en in de trein lezen –  hij reist meestal met de trein. Heb ik de meeste kans dat hij heeft gelezen wat ik ‘in huis heb’ voor we elkaar ontmoeten.

Dat wilde Linda eerst in Amsterdam regelen. Maar ik weet niet hoe treinreizen moet en is er parkeergelegenheid voor mijn busje? Ik pleitte voor hier in de Ooij: kan hij zien hoe ik studeer. Dat werd de afspraak.

Ik belde Ernest, mijn computerhelper, en die riep meteen: er uit met dat lor en een nieuwe kopen! De volgende dag al stond er een nieuwe printer! Een geweldig ding, dat moeiteloos hele boeken snel en perfect uitprint.

Ik begon nu meteen de tekst “Over het ontstaan van ons taalvermogen en ons bewustzijn” op de werkbank te leggen. Ik schreef hem in 2003 en was er toen heel tevreden over; maar in de afgelopen dertien jaar zijn er veel nieuwe inzichten gepubliceerd dus hij diende een behoorlijke opdatering te krijgen. Ik wilde Boris van mijn beste teksten kunnen voorzien.

Gister, 13 juli, verscheen hij, ’s middags om half drie, stipt op tijd. En hij bleek erg enthousiast over alles. Over mijn project, over de Ooij, over mijn huisje, mijn schilderijen, mijn boekenplanken, mijn ‘levensverhaal’. Hij nam veel foto’s ook.

Maar hij had nog geen enkel idee over hoe we een en ander kunnen aanpakken. Over de Universiteit voor Humanistiek heeft het Humanistisch Verbond niets te vertellen, daar heeft het (kleine) bestuur geen invloed op.
Wat mij ook teleurstelde is dat hij weinig of niets lijkt te weten over onze mensengeschiedenis. Ik had verwacht dat hij, gezien zijn interesse in mijn project, daar al behoorlijk idee van zou hebben. Hij bleek meer iemand die wel mijn  mooie planten in zijn tuin  wil maar wiens tuin vervolgens een nog geheel onontgonnen landje blijkt te zijn.

Al bij al een voor ons beiden toch een plezierige ontmoeting, en we spraken af dat zodra hij iemand ontmoet  die volgens hem wel interesse zal hebben in mijn project – en hij ontmoet elke dag veel mensen – hij mij meteen diens adres zal doorgeven. Dan kan ik die meteen een tekst toe sturen. Zodat we misschien op deze manier een clubje mensen bij elkaar kunnen brengen om een volgende stap mee te kunnen zetten. Een gezamenlijk artikel bijvoorbeeld.

Boris speelt ook met een idee van een boekje voor scholieren over onze menswording. Omdat hij met een paar mensen over een humanistische onderwijs-inhoud aan het brainstormen is. Dus daar ben ik vandaag mee begonnen. Werktitel “Waarin kunnen we geloven?”

One thought on “IK BEN ER NOG, JA?

  1. Jeroen Boland

    Beste Frans wat ben ik blij voor je om dat te lezen. Het zijn weer eerste stappen, vervolgstappen. Ik duim voor jullie dat de´chemie´ blijft en dat deze persoon mét zijn invloed, naam en contacten, de juiste wielen voor je in beweging kan zetten.
    Wat betreft je opmerking, dat Boris van der Ham er zo weinig vanaf weet. Dat komt me bekend voor. Paleoantrologie, laat staan humanosofie, is natuurlijk wel een tamelijk elitaire interessesfeer. Het is knap als iemand de kunst verstaat, ditt te populariseren. En het op te knippen in hapklare (tekst)brokken, zonder de essentie aan te tasten.
    Iemand die dit voor evolutionaire biologie een paar jaar geleden succesvol voor elkaar wist te krijgen, is http://www.janpaulschutten.nl/Over_mij.html met het boek Het Raadsel Van Alles Wat Leeft . Zie https://www.bol.com/nl/p/het-raadsel-van-alles-wat-leeft/9200000009984599/
    Succes Frans, met je volgende essay. Kort en smeuïg?

    Veerkrachtige groet – Jeroen

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*