Post 1: introductie

Humanosofie is een nieuwe vorm van filosofie-beoefening; gekenmerkt doordat zij uitgaat van een door disciplinewetenschappen als antropologie, archeologie, paleoantropologie en primatologie  ondersteund ontstaansverhaal van de mens.

Een vorm van filosofie-beoefening die ook door de filosofen van de Universiteit voor Humanistiek gepraktiseerd zou dienen te worden.  De bijdrage die zowel de academische filosofie als het het georganiseerde humanisme levert aan de vrije markt samenleving, is mager. Dit is geheel toe te schrijven aan het feit dat met name de academische filosofie achterlijk bezig is.  Oei! Dat vergt ijlings toelichting.

De eerste verlichtingsfilosoof, Immanuel Kant (1774-1804) concludeerde aan het einde van zijn leven dat de belangrijkste opdracht van de filosofie is: ‘de mens’. Kant was een der vroege vrijdenkers (hij vond de godgelovigheid alleen nog zinvol voor mensen als zijn huisknecht: “Der alte Lampe muss einen Gott haben”), en zijn aansporing aan de filosofen dient vooral gelezen te worden als een opdracht om een alternatief te ontwerpen voor het monotheïstische Scheppingsverhaal.

Daar lagen voor de filosofen vooralsnog twee onoverkomelijke moeilijkheden bij in de weg.

De eerste was dat ‘de mens’ het terrein was van de Kerken. Na de dood van de verlichte despoot Frederik de Grote hadden de religieuze machten zich herpakt en waren het voortaan de Kerken weer die mochten uitmaken hoe ‘de mens’ is. Daar uit valt overigens sowieso af te leiden dat het mogen invullen van hoe wij van nature zijn inderdaad een belangrijke machtpositie is, en dat Kant het bij het rechte eind had toen hij dit als hoofdopdracht van de filosofie aanwees.

De tweede moeilijkheid was dat er nog geen adequate takken van wetenschap waren. Zelfs de stoutste filosoof had nog geen wetenschappelijk been om op te staan.

Een en ander verklaart waarom de academische filosofie zich sindsdien slechts met maatschappelijk irrelevante onderwerpen zoals metafysica en epistemologie bezig hield en zichzelf ging opvatten als een disciplinewetenschap. Het werd  een navelstarende en zelfgenoegzame barettenclub  in plaats van het instituut dat de producten uit de disciplinewetenschappen verwerkt tot antwoorden op de Grote Vragen van de mensen.

De situatie veranderde zeer ten gunste in de zestiger jaren door het dóórbreken van de vrije markt economie. De Kerken begonnen hun macht over het denken van de consumenten te verliezen, en de welvaart had  relevante takken van wetenschap zoals antropologie, paleoantropologie en archeologie  doen opbloeien. In de 70-er jaren begonnen de resultaten ervan bereikbaar te worden voor iedereen, en tegelijk begonnen de kerken aan hun onstuitbare leegloop. Je zou dan mogen verwachten dat de filosofen met het beschikbaar komende materiaal aan het werk zouden gaan om aan Kant’s zwaarwegende opdracht alsnog gevolg te geven. Temeer omdat onder veel consumenten behoefte ontstond aan antwoorden op hun Grote Vragen die voordien altijd door de Kerken waren gegeven. Waartoe zijn we dan op aarde?

Helaas, de academische filosofiebeoefening was in de ban van het depressieve postmodernisme geraakt, en stak geen vinger uit naar de zich opstapelende bouwstenen voor een alternatief Scheppingsverhaal. Het waren pseudo-religieuze sekten en New Age goeroes die in het gat sprongen.

Ik (sorry voor dit ‘ik’, maar ik heb nog niemand anders gevonden bij wie ik me zou kunnen scharen)  ging vanaf toen met het materiaal, voor zover voor een leek toegankelijk – denk aan de schitterende Time/Life-serie Het Ontstaan der Mensheid 17 delen, vanaf 1974 en sindsdien is er geen eind gekomen aan toegankelijke publicaties  – aan het bouwen aan een alternatief Scheppingsverhaal.

Tot de jaren 70 heerste nog het Adam-en-Eva-verhaal van de kerken. Vergelijkbare geloofsverhalen heersen nog steeds overal in de niet-westerse wereld, als uitgangspunt van het denken van die massa’s mensen. De aanwezigheid van een gedeeld Ontstaansverhaal, zelfs als het zo’n stom en achterlijk Verhaal is als dat van de monotheïsmen,  is een bindende factor in een samenleving. In onze consumentensamenleving functioneerde dat echter niet langer.

Een samenleving kun je zien als een mens, en de disciplinewetenschappen als de handen en voeten ervan. Die werken goed als hun activiteiten gecoördineerd en gestuurd worden door het brein (hoofd). Maar als het brein (filosofie) zich gaat gedragen als een ‘derde been’, stommelt de samenleving voort als een kip zonder kop. Dat een ‘dragend’ Ontstaansverhaal van wezenlijk belang is voor het goed functioneren van een samenleving, bleek doordat het vanaf toen fout ging. Onze jongeren groeiden voortaan op met NIX en begonnen nihilistisch gedrag te vertonen, zoals Provo en later de hooligans. De lui die bij het ‘grote geld’ kunnen, kregen het gevoel, NIX meer met een ander te maken te hebben en gingen voor hun eigenbelang, geloofden in greed is good-verhalen; hun financierskapitaal kreeg ons bruto samenlevingsproduct in de klauwen en het was gedaan met onze welvaart.

Onze theologen zijn inmiddels ook radeloos aan het worden.  Ze weten dat ze met hun monotheïstische God hun kerkbanken niet langer vol krijgen, maar zolang de academische filosofie  in haar lethargie blijft voort mummelen, durven zij het ‘lijntje met Boven’ niet los te laten en zich niet in te zetten als voorgangers van een nieuw geloof: in de mens, in de kracht van het mens-zijn. Zeg maar het geloof van Karin Bloemen (zoals ik 12 oktober 2015 in Trouw las): “Ik ben een humanist, dus als je nou in die Tien Geboden het woordje God vervangt door Mensheid, dan komen we ongeveer bij hetzelfde uit”.

Een aan de hand van zoveel mogelijk door relevante disciplinewetenschappen samengesteld ontstaansverhaal — zoals bijvoorbeeld geschetst in de hiernaast aangegeven teksten — is aanmerkelijk vrouwvriendelijker en begeesterender dan het monotheïstische Verhaal dat tot nu toe de geesten gevangen heeft gehouden en nog steeds houdt. Het levert grondslag aan het nieuwe, universeel-menselijke geloof op dat de democratie van een onverwoestbare basis kan voorzien. Het groeit immers met de mensheid mee, simpelweg omdat de disciplinewetenschappen blijven voortgaan met hun steeds beter begrijpen van hoe de dingen van hun vakgebieden in elkaar steken .

Het kan ingang vinden in de vorm van een  project waaraan hoger-opgeleide geïnteresseerden vanuit de hele wereld kunnen en moeten deelnemen. Ik denk aan iets Wikipedia-achtigs. Om dat niet in een  heksenketel te laten ontaarden, moet daarover gedegen gedelibereerd worden. Maar kijk, dat is dus iets waar gewoon vandaag mee begonnen kan worden. Wie doet er mee?

2 thoughts on “Post 1: introductie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*