WAAROM ZEGT DIE AAP GEEN WOORD?

Na het wenskaartengedoe van rond de jaarwisseling, het inhalen van het achterstallige leeswerk en het inplakken van de eruit voortgekomen knipsels in plakboek 43 moet ik natuurlijk eerst die artikelen definitief tot me nemen, met onderstreep-pennetje in de hand.
Dat leidt soms tot het benaderen van een auteur, en een enkele keer, zoals nu, tot een blogpost.

Mijn plakboeken zijn tabloid-formaat. De eerste dateren nog van Intermediair, toen dat nog als enige het voor een plakboek hanteerbare formaat had. Hoe maak je zo’n groot plakboek?
– Een 50-tal losse pagina’s van kranten op elkaar stapelen.
– Omslag plakken van dun karton (van bananenverpakkingen van de Spar).
– Met de boormachine vijf gaten door de middenvouw van het geheel boren.
– Draad er doorheen prutsen en klaar is je plakboek.
Wel ondersteboven gebruiken, anders raak je in de war met de bestaande krantentekst.
De knipsels plak je niet in zoals ze uit de krant komen; ze moeten mooi passend gemaakt worden.  Ik knip de kolommen los en verwijder daarbij onnodige extra’s als foto’s en spaties. Aan elkaar gelijmd worden ze één lange strook. Die meet ik op en deel hem naargelang de kolombreedte in 5, 4 of 3 kolommen op; even de lengte ervan aanstrepen op de pagina en op die plek plak ik een witte dunne strook  als wit-afscheiding tussen de knipsels. Ben je er nog, lezer(-es)?  Wacht, ik maak even een fotootje.
 Linkerpag. onder het artikel. De pagina’s zijn natuurlijk opnieuw genummerd.  Dit artikel staat dus op pb 43 p. 98.  Rechtsonder is nog een plekje open: prachtige plek voor een column van Peter de Waard (Volkskrant).

Nu mijn tussendoor-blogpost: “Waarom zegt die aap geen woord?”
Het artikel stond op 10 dec. ’16 in Trouw. Het gaat over het mooie onderzoekje in Sciences Avances die week: wetenschappers gebruikten een computermodel van klinkers en medeklinkers welke makaken (mensaap-achtige apen) gezien de bouw van hun mond- en keelruimte wel degelijk lijken te kunnen produceren. Besloten met de filosofische vraag waarom die apen dat dan toch niet doen om er mee te praten.
Ah, filosofische vraag … dat wordt lachen!
En jawel hoor: die zijn er te dom voor! is hun conclusie!

Ten eerste. Elke soort is het meest intelligente dier in zijn niche (de leefomgeving waar het overerfelijke gedrag van het dier evolutionair op is afgesteld), zoals Prof. Van de Grind in Natuurlijke intelligentie (1997) heeft betoogd. Makaken noch mensapen hebben het nodig, hun soorteigen lichaamstaal is voor groepsdierencommunicatie genoeg.
Domme dieren redden het niet bij het altijd hachelijke overleven in het wild. Alleen mensen, met name de hedendaagse die in een verzorgingsstaat leven, kunnen de luxe hebben dom te zijn en toch in leven te blijven en zelfs zich te kunnen voortplanten.

Ten tweede. Voor talige communicatie  zou een dier dan nog weinig hebben aan zijn spraak-apparaat. Bij een normaal dier, en dus ook bij onze vroege voorouders, wordt de stem aangestuurd vanuit het limbische systeem (verzamelnaam voor de gevoelscentra, diep in onze hersenen) waar een normaal dier geen bewuste controle over heeft. De spraakcentra bevinden zich in de neocortex (hersenschors) waar ook de bewuste spieraansturing zetelt. Bij onze soort is de stem pas na enkele miljoenen jaren van talige communicatie en via het dansen/zingen van het scheppingsverhaal onder mede-controle van de hersenschors gekomen.
Aan de limbische aansturing van onze stem danken we overigens wel mooi de emoties die in onze zang en spraak doorklinken; anders zou onze stem robot-achtig klinken.

Ten derde. Voor de mainstream geleerden is taal en spraak hetzelfde ding. Vandaar dat de meerderheid ervan ook meent dat mensen pas talig geworden zijn toen ze grottenschilderingen gingen maken. Voor hen waren de Neanderthalers dus nog geen mensen, laat staan onze vroegste voorouders.
Zie je, dat vind ik nou pas dom.

Wij zijn de enige soort die namen voor de dingen heeft ontwikkeld. Dit heeft onze vroege voorouders op het pad gezet van het gaan begrijpen (in woorden vatten) van de dingen; het pad dat hen uit het normale dier-zijn heeft weggevoerd; het pad dat tot ons-nu heeft geleid, zodat we vandaag zelfs ons begrijpen kunnen begrijpen. Maar daar moet je dus wel eerst humanosoof voor worden.

One thought on “WAAROM ZEGT DIE AAP GEEN WOORD?

  1. Henk

    Beetje rommelig stukje Frans. Met het middenstuk (het commentaar op het niet-pratende apen stukje) kan het trouwens in grote lijnen wel eens zijn.
    Dat is ook waar de titel op slaat, dus… van het voorafgaande deel, dat er inhoudelijk los van staat, zou ik zelf een apart klein blogpostje hebben gemaakt, onder de titel: “Hoe bewaar ik interessante krantenknipsels?”
    Nog een opmerking nav. voorlaatste alinea: tegenwoordig discussieren ook mainstream geleerden (althans paleo’s) toch heus wel serieus over de vraag of bepaalde ca. 40.000 oude grotschilderingen en grot-inkervingen in Spanje wellicht door Neanderthalers zijn gemaakt.
    Tenslotte, je laatste alinea vind ik er een beetje met de haren bijgesleept. Maar nogmaals, het middenstuk is leuk.

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*