Inleiding

Vóór de jaren zestig van de afgelopen eeuw was onze samenleving christelijk. Dat is ze nog steeds! roepen behalve christenen ook sommige publicisten die de onze dan afzetten tegen bijvoorbeeld islamitische en vooral doelen op ‘christelijke wortels’. Maar nee, in onze consumenten-samenleving heerst geen samenbindend en zingevend Verhaal meer waar onze gewetens op kunnen terugvallen, geen ‘dragende grond’ waarin onze jongeren zich geworteld voelen en waarop ze aan hun identiteit kunnen bouwen.

We zijn daaraan gewend, we kennen niet anders, maar welbeschouwd is het een wantoestand. Mensen zitten vanuit hun verleden zo in elkaar dat ze niet goed kunnen samenleven zónder een samenbindend Verhaal – en dat dit niet goed gaat beginnen we steeds erger te merken. De ouderen leven nog steeds alsof er wél een dragend verhaal is en roepen “Zeg, doe jij eens normaal!” tegen hun kinderen. Maar als de jongeren de huisdeur achter zich dichttrekken, stappen ze in een wereld waarin NIX heerst. En steeds meer hunner gaan zich nihilistisch gedragen, zoals de cartoon van Len hier zo treffend uitdrukt. De enige grens waar ze op stuiten is de politie. Maar die arme agenten staan machteloos tegenover lui die geen innerlijke rem op hun gedrag hebben en die volslagen nihilistisch tekeer gaan. Het onderzoeksbureau Motivaction ontdekte dec.’09 dat de nieuwe generatie individualistischer en hedonistischer is. Ja, geen wonder. Elke jongere moet zijn eigen identiteit opbouwen, maar speel dat maar eens klaar in een samenleving zonder een gedeelde mens- en wereldbeschouwing. In zo’n verwarrende situatie lijkt het aannemen van een negatieve identiteit voor sommige jongeren een verleidelijke escape, voor even.

Het is vooral een wantoestand omdat het niet nodig is. De stand van de menswetenschappen heeft sinds diezelfde zestiger jaren een groeispurt beleefd die ons ruim in staat stelt om het gat dat het verdampende christendom achterlaat, met iets nieuws én iets veel beters dan dat op te vullen. Waarom gebeurt dat niet?

Dat komt doordat het filosofen- of humanistenwerk is. Wetenschappers hebben maar één gebied waarin ze zich competent achten en daarin zijn ze trouwens al druk genoeg. Het samenstellen van het alternatieve nieuwe Verhaal bestrijkt álle gebieden van de menswetenschappen.

Waarom doen die filosofen dat dan niet? De oude Grieken riepen toch al: “Ken Uzelf”? En de goede oude Kant benoemde de kennis omtrent de mens toch al de kernopdracht van de filosofie? Ja, toch is het onderzoek aan onze menswording en onze menselijke natuur geen opleidings-onderdeel van de academische filosofie.  Misschien heeft het er mee te maken dat het altijd aan de kerken geweest is om uit te maken hoe mensen zijn en hoe ze mensen geworden zijn. Filosofen die zich in hun weetgierigheid met dit onderwerp inlieten, kwamen licht tot conclusies die indruisten tegen de gevestigde opvattingen en belangen, en kregen al gauw moeilijkheden met het bestuur van hun universiteit.

Een ander belangrijk feit is dat er toen nog geen echt wetenschappelijk materiaal voorhanden was: pas vanaf de zestiger jaren zijn de relevante menswetenschappen aan hun opmars begonnen. Een en ander heeft er in geresulteerd dat de filosofie zich eeuwenlang in ongevaarlijke maar maatschappelijk weinig relevante problemen heeft verdiept. En toen sinds de zestiger jaren het dóórbreken van de vrije markt-economie de Westerse mens bevrijdde uit de kluisters van het kerkelijke denken en de bronnen der menswetenschappen volop begonnen te spuien, doolde de van de denkpolitie bevrijde filosofen helaas juist in de woestijn van het postmodernisme. De postmoderne opvatting is dat ieder mens als een ‘onbeschreven blad’ ter wereld komt en dat zijn gedrag geheel bepaald wordt door zijn omgeving (cultureel relativisme). Pas sinds enkele decennia is er kritiek gekomen op dit eenzijdige standpunt door met name sociobiologen, die betogen dat ieder mens wel degelijk ook door aangeboren impulsen wordt beïnvloed (het nurture-nature-debat).

Tot nu toe heeft dit echter nog geen nieuw verhaal over de menselijke natuur opgeleverd, en zelfs geen aanzet ertoe. De meest filosofen blijven voor de onderbouwing van hun betogen inzake de menselijke natuur nog bij voorkeur teruggrijpen op de opvattingen van vroegere filosofen als Plato of Hobbes. Deze oude filosofen hadden geen menswetenschappen tot hun beschikking en stoelden hun opvattingen over de mens op wat ze om zich heen zagen. Wat ze zagen was vooral oorlogen, onrecht en slavernij. Dus hun opvattingen over de mens waren pessimistisch.

Maar, zegt u misschien, dat verhaal over hoe mensen geevolueerd zijn, dat is toch al lang en breed bekend? Al die boeken over het ontstaan der mensheid leveren toch een wetenschappelijk onderbouwd verhaal over de menselijke natuur ?

Helaas. Hoe waardevol de onderzoeken van de paleo’s[2] en de zich op hun werk baserende wetenschapsschrijvers voor het verhaal van de mensheid ook zijn, ze zijn afkomstig van wetenschappers. Maar die beperken zich tot verifieerbare vondsten. Alleen het fysieke en materiële verhaal krijgen we van hen, niet het mentale: ze gaan niet dieper in op het gedrag dat achter het ontwikkelen van nieuwe stenen werktuigen of het gaan gebruiken van het vuur zit. Ze houden zich uitsluitend bezig met het constateren: dan en dan ‘verschijnen’ de stenen werktuigen, en dan ‘verschijnt’ de Homo erectus, enzovoort. Maar een humanosoof vraagt: hoe kómt die voormalige mensaap er toe om die werktuigen te gaan maken? waarom hij en de andere mensapen niet? Als u aan wetenschappers vraagt hoe onze vroegste voorouders van mensapen tot mensen geworden zijn wijzen ze zwijgend op een reeks fossiele botten, tanden en schedels. Het filosoferen over wat er in die schedels moet zijn omgegaan laten ze over aan filosofen. Maar die hebben geen paleontologie in hun pakket, dus die geven ook: niet thuis.

Maar dat is toch pure speculatie: gaan invullen wat er in die schedels omging? roept u nu verontwaardigd.

We kunnen een boel afleiden aan onze gedragingen vandaag: mensen zijn wandelende archieven. Vooral baby’s en hun moeders. Maar ook typisch mannengedrag of vrouwengedrag, bepaalde neigingen en reacties, alleen verklaarbaar uit ons prehistorische verleden. Een tweede bron zijn de allerprimitiefste volkjes en voor zover ze uitgestorven zijn: wat er nog van door antropologen opgetekend is. De derde bron zijn onze naaste verwanten in het dierenrijk: de bonobo’s en de chimpansees. Welnu, van al dat beschikbare materiaal een nieuw Mensenverhaal te bouwen, een nieuw Groor Verhaal dat het oude Adam-en-Eva-verhaal van de monotheistische religies kan uitdagen, dat is filosofenwerk. Ik bedoel: dat zou het moeten zijn. Maar omdat dit niet in het studiepakket van de filosofie-opleidingen zit, doet de humanosoof het.

Filosofen horen natuurlijk geen paleontologie in hun pakket te hebben: ze moeten grasduinen in álle relevante wetenschapsgebieden, zonder zich in één ervan te verdiepen. Dat is wat de humanosoof doet: onophoudelijk grasduinen, en dan ook nog uitsluitend om het hedendaagse westerse alternatief te construeren voor het achterlijke Adam-en-Evaverhaal dat nog steeds geldt zolang dat alternatief er niet is.

De weinige ‘witte plekken’ in het plaatje vul ik inderdaad speculerend op; met speculeren is niets mis zolang ik maar geen enkel vaststaand feit over het hoofd zie, mijn speculatieve invulling consistent is met wat vaststaat, zoveel mogelijk menselijke dingen verklaart én open blijft staan voor kritiek en bijstelling. Zo’n educated guess, oftewel een zo deskundig mogelijke gok, is een werkhypothese, een handzame manier om je denkbeelden op een rijtje te krijgen. Je hanteert zo’n hypothese zolang hij niet onderuitgaat bij verderontwikkeld inzicht van jezelf of van een criticus.

Maar – er zit ook een postmodernistische filosoof in de zaal! – wat inzicht in de menselijke natuur aangaat, wat is dan je antwoord op de antihumanistische filosofen?

Ah, u bedoelt Nietzsche en Heidegger en zo? Die keerden zich tegen het humanisme als een halfzacht seculier geloof dat je de zwakkeren moet helpen tegen de sterkeren; waardoor je de kracht van de mensheid ondermijnt. Of tegen de Kantiaanse notie van individuele autonomie, terwijl mensen afhankelijke sociale wezens zijn. De term ‘antihumanisme’ is gemunt door de Marxistische filosoof Althusser, die eveneens de notie van een autonoom individueel bewustzijn verwierp en benadrukte dat ieders bewustzijn wordt ingegeven door de heersende ideologie. De post-structuralisten Foucault en Derrida hadden, ieder met eigen argumenten, eveneens een lage dunk van een gepostuleerd autonoom individueel bewustzijn.

Kom zeg, ophouden met etaleren van Wikipedia-wijsheid. Wat mijn antwoord bij dit gefilosofeer is? Wel, dat er geen inzicht in hoe mensen mentaal-evolutionair van apen tot mensen geworden zijn in meespeelt. Ik bedoel: dat geen op de hedendaagse stand der menswetenschappen stoelende kennis omtrent de menselijke natuur een rol speelt in dat denken. Het wordt ook niet ingegeven door de toestand in de samenleving, komt niet voort uit de actuele nood waarin we als mensheid verkeren, de antihumanistische filosofie is niet meer dan ‘voer voor filosofen’. De samenleving schiet er voor geen meter mee op. Het ademt een passief scepticisme. Dat is ook de kritiek van Jügen Habermas op de antihumanisten: “ze hebben geen alternatief emancipatoir project te bieden”.

Natuurlijk zie ik ons bewustzijn niet als autonoom. Mijn denken staat niet los van de vrije markt-economie. Mensen hebben altijd gedacht conform de heersende economie. Maar evengoed zijn de nieuwe ideeën telkens door individuen bedacht, en naarmate ze bruikbaarder waren in de gegeven situatie konden ze ‘aanslaan’ en de richting van de samenleving mee bepalen.

Heeft onze samenleving nog wel behoefte aan een algemeen geaccepteerd verhaal over hoe mensen in elkaar zitten?

Ieder mens voor de vormgeving van zijn identiteit en levensperspectief behoefte aan inzicht in hoe mensen van nature zijn. Daarnaast heeft ook een samenleving behoefte aan een gedeeld basisverhaal dat doel en perspectief van het samenleven schetst en dat het samenleven zin geeft.

Het ontbreken van een grondslagverhaal als richtsnoer voor ons handelen geeft de mensen het gevoel dat ze niets met elkaar te maken hebben en werkt zelfzuchtig nastreven van eigen doelen in de hand. Het laat overheden zonder grondslag van hun legitimatie. Het biedt de opgroeiende mens geen houvast bij het samenstellen van zijn identiteit, geen grond onder zijn denkvoeten.

Het oude mensbeeld van de kerken spreekt de Westerse mensen, levend in een vrije markt-economie, niet meer aan. De vrije markt- economie globaliseert langzaam maar zeker en zal als we tijd van leven hebben ook elders de mensen vervreemden van hun oude religieuze of politieke basisverhaal. Ze zal ook daar de behoefte aan een nieuw en meer universeel mensbeeld en ontstaansverhaal scheppen.

Dat het samenstellen van een nieuw en wetenschappelijk verantwoord basisverhaal typisch filosofenwerk is, blijkt wel uit de onbevredigende pogingen die door wetenschapsschrijvers (die houden zich strikt aan wat de onderzoekers te melden hebben en maken dat bevattelijk voor het publiek) in deze ondernomen worden. Ik noem wat recente: Boyd&Silk How humans evolved (2000), Lewin&Foley Principles of Human Evolution (2004), Carl Zimmer Waar komen wij vandaan? (2005), Thames&Hudson The human past (2005). In geen ervan vindt u een verhaal over hoe onze vroegste voorouders talige wezens werden en hoe hen dat zo anders heeft doen worden dan alle overige diersoorten; hoe dat hen er toe gebracht heeft om het vuur te gaan gebruiken. Alleen Boyd&Silk besteden enige aandacht aan het vuurgebruik – zonder zich te buigen over de vraag hoe die wezens daar toe gekomen waren; de overigen hébben het er niet eens over! Richard Wrangham, biologisch antropoloog aan de Harvard University, heeft in okt.’09 in de NRC een interview over het belang van het vuur voor de evolutie van de aapmensen tot mensen gesproken[3], maar ook hij bepaalt zich uitsluitend tot het fysieke en materiële verhaal. Evengoed mooi dat zo’n gezaghebbende paleo mijn theorie van het vroege gebruik van het vuur ondersteunt.

Een humanosoof beschouwt de menselijke natuur als gevormd in de menselijke prehistorie, in de VJ-fase (zie onder). In die lange-lange fase leefden onze voorouders in kleine, uiterst vreedzame groepjes met vrouwelijke dominantie. Van nature goed. Edele wilden.

In de AGR-fase (zie ook onder), en vooral in de historische tijden, is die natuur geweld aangedaan en gefrustreerd. Maar het verlangen naar het goede komt als een ondergeduwde kurk steeds weer bovendrijven waar het de kans krijgt.

Kennis van de menselijke prehistorie, dat is waar het in de humanosofie om draait. Daar komt vooral kennisname van wat de menswetenschappen aandragen aan te pas: kennis waarin filosofische opleidingen zwaar tekortschieten en waaraan ook op de universiteit voor humanistiek geen aandacht wordt besteed.

Zeker wat mijzelf betreft komt er ook eigen-wijsheid aan te pas: bij het opvullen van de weinige ‘witte plekken’ die ons menselijke kaart nog vertoont.

Eigengereidheid ook wel, voornamelijk tot uiting komend in mijn afkortingen. Ik leg ze in de tekst telkens uit, maar ik presenteer hier alvast een naslaglijstje.

VJ’s : verzamelaars/jagers (het stadium van 2 mjg tot 10.000 jg)
AGR’s : boeren (het stadium van 10.000 jg tot nu)
jg : jaar geleden
mjg : miljoen jaar geleden
vC : vóór het begin van onze jaartelling
AD : ná het begin van onze jaartelling
paleo : wetenschapper inzake onze ontstaansgeschiedenis: archeoloog, paleoantropoloog, antropoloog, etholoog, taxonoom, geoloog, noem maar op
VOBO’s : voorouder-bonobo’s (voorouder-hominiden, voorouder-australopitheken)
AP’s : (australopitheken)
VOAP’s : voorouder-AP’s
HERG’s : H. ergaster-mensen
HE’s : H. erectus-mensen
HEID’s : H. heidelbergensis-mensen
NT’s : H. neandertalensis-mensen
MSA’s : Afrikaanse NT’s (Middle Stone Age-mensen)
AMM’s : Anatomisch Moderne Mensen (H. sapiens-mensen)
EWG : Enig Ware God
mbt, oa, jg, ea : (puntjes voegen toch niets toe aan de leesbaarheid? Vooruit dan, bij o.m. wel)

Reageren?

info@mens2000.nl

Teken het gastenboek: http://www.mens2000.nl/gastenboek

zie voor meer informatie over humanosofie ook mijn weblog: http://weblog.humanosofie.nl

… en ik laat me ook graag inviteren voor mondelinge toelichting

Vraag ik geen geld voor. Maar wel graag een locatie waar ik mijn portrettekenaarsbusje kwijt kan: ik ben volslagen onbekend met openbaar vervoer.

Ik houd geen lezing, ik ben dusdanig thuis in deze materie dat ik het voor de vuist weg kan. Deze manier van brengen lag mij in mijn vroegere leven als leraar Nederlands ook altijd het beste.

 


[1] zelfportret ; wat het gezicht betreft naar een zijkantfoto van mezelf en wat de baret betreft naar een Erasmusportret door Holbein

[2] alle wetenschappers die voor ons Verhaal relevant zijn – en dat zijn behalve paleoantropologen, paleobiologen en paleontologen ook archologen, antropologen, taxonomen, etnologen, biologen, ethologen, en nog heel veel meer –logen en –kundigen, breng ik voor wat ons Verhaal betreft allemaal onder één noemer: ‘paleo’s’

[3] “Kokende apen: de allesbepalende sprong vooruit in onze evolutie.”

Leave a Reply

*